Bas van der Zaan, ambassadeur van Almere meet waterkwaliteit, maakt een kanttekening bij het waarschuwingssysteem voor officiële zwemlocaties. "Hoewel deze zwemlocaties zo gekozen zijn dat het risico op een te hoge concentratie van E.coli bacteriën klein is, is de informatie op www.zwemwater.nl gebaseerd op gemiddelden over vier jaar. Acute problemen met E.coli, door bijvoorbeeld de aanwezigheid van veel watervogels, worden dus niet gesignaleerd."

E.coli

E.coli bacteriën komen in grote aantallen voor in de darmen van mens en dier. Hierom wordt E.coli wereldwijd als indicator gebruikt om te bepalen of er ontlasting in het water zit en of het dus mogelijk besmet is met ziekteverwekkende bacteriën of virussen. E.coli bacteriën zijn een brede familie van honderden verschillende bacterie-stammen. Verreweg de meeste zijn onschadelijk, maar van een enkeling kunnen mensen ook ziek worden.

In totaal zijn er 315 E.coli metingen uitgevoerd en ingevoerd op de website. Veertig keer werd geen E.coli aangetroffen en bij 215 metingen werden er 18 of minder E.coli’s per milliliter gevonden. Dit getal van 18 wordt als grenswaarde gebruikt bij de risico-inschatting voor officiële zwemlocaties. In 32% van de metingen werd er een hogere waarde doorgegeven. Op de kaart is de verspreiding van de E.coli metingen en bijbehorende waarde te zien. Als op een locatie meerdere keren is gemeten, is het gemiddelde aantal stippen weergegeven op de kaart.


Omdat mensen normaal gesproken weinig in direct contact komen met oppervlaktewater, zijn er voor de meeste plekken geen wettelijke normen voor de hoeveelheid E.coli bacteriën die in het water mogen zitten. Een uitzondering daarop zijn de officiële zwemlocaties. In Almere zijn onder andere bij het Weerwater en aan de Noorderplassen officiële zwemlocaties ingericht.

Studenten aan de slag

Een aantal studenten van Aeres heeft tijdens het project een intensieve meetcampagne uitgevoerd naar wisselingen in de E.coli concentratie op twee plekken in de stad gedurende twee maanden. De gekozen locaties zijn de officiële zwemlocatie bij het strand aan het Weerwater en bij de Oslogracht bij de Giethoornbrug.

In de grafieken hieronder zijn de gemeten E.coli concentraties weergegeven. Over het algemeen zijn de concentraties vrij laag en wisselt de concentratie bij Olstgracht tussen de 0 en 16 E.coli per ml. Bij het Weerwater zijn de verschillen in de loop van de tijd groter en wisselt de concentratie tussen de 0 en 56 E.coli per ml. Er zijn 4 momenten geweest tijdens de meetperiode dat de genoemde ’norm’ van 18 E.coli/ml is overschreden.

Vaak vallen de pieken in E.coli aantallen samen met regenval, die in de grafieken met oranje is weergegeven. Zeker bij de Oslogracht is een duidelijke verband te zien tussen neerslag en verhoogde E.coli concentratie in de dagen daarna. Regen kan ervoor zorgen dat poep van onder meer ganzen en honden van straat of grasvelden in het water spoelt.

De verhoogde hoeveelheden E.coli bij de plek aan het Weerwater volgen vaak ook na regenval, maar de hoge piek op 23 augustus is gevonden tijdens een droge periode. Hier lijkt dus naast regenval nog een extra bron van E.coli te zijn. Opvallend is dat er vrij veel watervogels bij de zwemplas zijn. Of deze ook daadwerkelijk de oorzaak zijn van de hoge pieken die te zien zijn in de grafiek , of dat er nog een andere (onbekende) bron is, zou verder moeten worden uitgezocht.

Kleur

Deelnemers van Almere meet water observeerden alle mogelijke kleuren, die te zien waren op de referentiekaart, maar bruinachtig water overheerst.

De kleur van het water is door de deelnemers vergeleken met een aantal referentiekleuren die aangeven of het water hoofdzakelijk bruinig, groen of blauw/kleurloos is. Op de kaart hiernaast is te zien op welke plek een bepaalde waterkleur is waargenomen.


Alle kleuren van de kleurenschaal zijn in de afgelopen maanden waargenomen in Almere, al overheerst de roestbruine of lichtbruine kleur. Dit heeft onder andere te maken met ijzerrijk grondwater dat ook boven de grond zichtbaar is. Verder heeft troebel water vaak ook een bruinige kleur, maar omdat het doorzicht overal vrij goed is, lijkt de aanwezigheid van ijzer in het water de voornaamste reden. Als grondwater in contact komt met zuurstof ontstaat er een reactie tussen het zuurstof en ijzer in het water. Het 'roest' als het ware, vandaar de bruine kleur. Dat is niet erg. Er is bovendien niets tegen te doen. Wel kun je op die manier dus observeren waar er veel grondwater aan de oppervlakte komt.


Bij zowel het Weerwater, het Almeerderstrand als bij de Noorderplassen is regelmatig aangegeven dat het water blauw is. Het gaat in deze gevallen om groot wateroppervlak, waardoor de spiegeling van de lucht goed zichtbaar is. Dat veroorzaakt de blauwe kleur.


Op verschillende plekken in de stad wordt ook, met name tijdens de zomermaanden, een groene kleur waargenomen. Deze wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van algen, die in het warmere water tijdens de zomer tot bloei kunnen komen. De resultaten laten zien dat dit door de hele stad heen verspreid wel gebeurt. Opvallend is wel dat bij het Weerwater veel meer de groene kleur naar voren komt dan aan de Noorderplassen. Dat zou te maken kunnen hebben met de windrichting. De wind blaast de algen dan die kant op.

De metingen laten goed zien dat door de schommelingen met de seizoenen gedurende het jaar ook het water flink kan opwarmen en weer afkoelen.

Temperatuur

De metingen van de temperatuur zorgen niet voor grote verrassingen: de temperatuur van het water beweegt mee met de buitentemperatuur en grote wateren warmen minder snel op dan kleinere binnenwateren.

De watertemperatuur kende tijdens het project een behoorlijk grote variatie. De eerste weken van mei werd over het algemeen een temperatuur van 10 à 15 graden Celsius gemeten. In de loop van de tijd werd het water steeds warmer, met de hoogste watertemperatuur in de laatste week van juli. Op dat moment lieten de meeste metingen een temperatuur van boven de 25 graden Celsius zien. Vanaf augustus nam de temperatuur weer geleidelijk af tot 10 – 15 graden Celsius aan het eind van oktober.

De variatie in de watertemperatuur ging gelijk op met de gemiddelde buitentemperatuur. De metingen laten hiermee goed zien dat door de schommelingen met de seizoenen gedurende het jaar ook het water flink kan opwarmen en weer afkoelen.


De watertemperatuur in de figuur hiernaast is een verzameling van alle metingen. Dat betekent dat hier zowel metingen bij zitten van grote wateren zoals het Weerwater, de Noorderplassen en de Hoge Vaart, als van kleinere vijvers, sloten en plassen. Dat verklaart ook de bandbreedte van ongeveer 5 graden Celsius per dag in de metingen: de grotere wateren warmen minder snel op dan de kleine waterlichamen, waardoor deze laatste vaak een iets hogere temperatuur laten zien.

Doorzicht

Het water in Almere is vrij helder, maar er zijn natuurlijk verschillen tussen de diverse locaties. Het grootste doorzicht is bij de trailerhelling aan de Gooimeerdijk gemeten, namelijk vier meter! Ook in de Hoge Vaart en aan het Weerwater (op de steiger naast de Schouwburg ) kon er diep het water in gekeken worden; er werd een doorzicht van ruim 2,5 m waargenomen.

Op de zeven plekken die je ziet in de figuur zijn deelnemers van Almere meet water regelmatig het doorzicht gaan bekijken. Het doorzicht vertelt iets over de troebelheid van het water, dat veroorzaakt kan worden door bijvoorbeeld algen of kleine gronddeeltjes. Over het algemeen veranderde het doorzicht in de loop van de tijd maar heel beperkt. Enkel bij de Groene Kathedraal is het doorzicht eind september iets minder dan tijdens de andere metingen en het doorzicht bij de Aaktocht neemt toe aan het einde van de meetperiode.

Diepte

Op sommige plekken was het doorzicht zo goed, dat de bodem goed zichtbaar was. In dat geval gaven de deelnemers aan Almere meet water niet de diepte door, maar voerden ze enkel in dat de bodem zichtbaar was. Omdat je de bodem van een ondiepe sloot eerder ziet dan die van een diep kanaal, zegt de zichtbaarheid van de bodem niets over de diepte. Hier hadden wij als projectteam dus expliciet naar de bodemdiepte moeten vragen. Een goed leerpunt om mee te nemen bij een eventueel vervolg.

Helder water, goed water?

Is helder water altijd goed water? Het betekent in ieder geval dat er geen of weinig algen inzitten. Dat is meestal een goed teken voor de kwaliteit. Bij goed doorzicht kunnen waterplanten goed groeien en die planten dienen weer als voedsel of schuilplaats voor insekten en vissen. Maar het zegt niet alles. E.coli bacteriën zie je namelijk niet altijd met het blote oog. Ook veel chemische stoffen zijn niet zichtbaar. Denk maar aan het heldere water van een zwembad. Dat water is dankzij het chloor goed om in te zwemmen, maar het heeft natuurlijk geen goede ecologische kwaliteit.

Ammonium

Ammonium is een voedingsstof voor planten en algen. Te veel algen maken het water troebel en zorgen voor gebrek aan zuurstof. Bovendien is een teveel aan ammonium giftig voor veel waterleven, waaronder vissen en insecten. De hoeveelheid ammonium is dus een belangrijke graadmeter voor de waterkwaliteit. Een acceptabele concentratie van ammonium in het water is 1 mg/l.

Omdat in ontlasting en urine ammonium zit, kunnen hoge concentraties van de stof in het oppervlaktewater erop duiden dat er veel ontlasting in het water terecht komt. Het kan gaan om de poep van watervogels, zoals eenden en ganzen, of van honden en katten (omdat het van de waterkant het water inspoelt). Bij structureel hoge concentraties, zou het ook om ontlasting van mensen kunnen gaan, die door een verkeerde rioolaansluiting in het oppervlaktewater terecht komt. Dat nader onderzoeken is een dure aangelegenheid. De gemeente is op wijkniveau al bezig met het opsporen van dit soort foutaansluitingen. De data uit Almere meet water helpt bij het bepalen van de volgorde van wijken voor vervolgonderzoek.



Resultaten

De deelnemers van Almere meet water hebben samen 307 keer de ammoniumconcentratie gemeten met een teststrip. Bij het overgrote deel van de metingen was de concentratie 1 mg/L of lager. Ruim 200 keer werd zelfs een lagere concentratie dan 0,5 mg/l gemeten.

In totaal is 15 keer (5% van alle metingen) een te hoge waarde gemeten (zie tabel). Op drie plekken is op meerdere momenten een te hoge concentratie gevonden. Nou klinkt een waarde van 3 mg/l extreem hoog, als 1 mg/l de norm is, maar dat valt best mee. Het wordt pas een probleem als de waarde structureel te hoog is.